De bevalling van Gertie en de geboorte van Timo 26 december 1988.
Ik ben kraamverzorgster, en heb dus al heel wat bevallingen meegemaakt. Toen ik zelf zwanger was, dacht ik dan ook: ik heb al zoveel gezien, dit doe ik wel even. Zo erg kan het niet zijn.
Mijn bevalling begon, en toen de verloskundige kwam, had ik vijf centimeter ontsluiting. Het leek er goed uit te zien, maar helaas bleef de ontsluiting op vijf centimeter hangen; meer werd het niet. Na een paar dagen (ik was inmiddels helemaal uitgeput) besloot de verloskundige me naar het ziekenhuis te sturen. Daar kon ik tenminste een ruggenprik krijgen en weer wat tot rust komen. Mijn man werd beroerd van de gigantische naald die gebruikt werd, maar ik dacht alleen maar: heerlijk, eindelijk rust.
Ik kreeg weer praatjes, en voelde me weer super. Na dagen ellende had ik eindelijk geen pijn meer. Toen de harttonen van het kindje omlaag gingen, moest er een beslissing genomen worden: keizersnede of niet? Dankzij de ruggenprik was ik rustig genoeg om daarover te kunnen nadenken en te kunnen meebeslissen. Het werd een keizersnede.
Ook bij mijn tweede bevalling kreeg ik een ruggenprik. Dat was vooral voor de zekerheid, als voorbereiding op een mogelijke keizersnede. Helaas ging de ruggenprik nu niet helemaal goed; de verdoving kwam alleen in mijn benen terecht, en niet in mijn buik. Ik voelde de weeën dus wel gewoon, maar kon niets meer met mijn benen doen. Dat was wel frustrerend: persen met gevoelloze benen.
Toch ben ik nog steeds blij dat ik twee keer een ruggenprik gehad heb. Ik vind dat iedere vrouw die keuze zelf moet kunnen maken, en daar van te voren ook op gewezen moet worden. De één heeft nu eenmaal een hogere pijngrens dan de ander.”
Groetjes Gertie.