...De verloskundige...
|
De eerste controle bij de
verloskundige zal zo rond de 12 weken zijn. Zij zal je vragen of er
tweelingen, kinderen met afwijkingen, verhoogde bloeddruk, suikerziekte
of trombose voorkomen in de naaste familie. Ook zal er bloed worden
geprikt en lichamelijk onderzoek worden gedaan.
Bij de verloskundige krijg je een zwangerschapskaart, die je iedere controle mee moet nemen. Op deze kaart komen al je gegevens te staan. Ook staan er woorden en afkortingen op die de verloskundige gebruikt maar ons niet zoveel zeggen. Daarom hieronder een aantal vaktermen en afkortingen om zelf wat meer wijs te worden uit je zwangerschapskaart. Let wel; de wijze waarop de vakjes op de kaart worden ingevuld verschilt een beetje van de ene verloskundige tot de andere. Datum: Datum van de controle. KG: Lichaamsgewicht. RR: Bloeddruk. Oedeem: vochtophoping in bijvoorbeeld handen en voeten, enkels. Bacteriurie: Bacteriën in urine. Alb: Eiwit (albumine) in de urine. Red: Suiker in de urine. Zout: Zoutbeperkend dieet. Amenorrhoe in wk: Wegblijven van de menstruatie= zwangerschapsduur in weken, gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie Hoogte fundus in wk: Zwangerschapsduur in weken, geschat op grond van de hoogte van de baarmoeder (fundus). Fundus-symf. in cm: Afstand tussen de bovenkant van de baarmoeder en het schaambeen, in centimeters. Ligging: Ligging van het kind in de baarmoeder. Harttonen: Een + als zij te horen zijn, en een - als dat niet zo is. HB: Gehalte aan bloedkleurstof (hemoglobine) als maat voor mogelijke bloedarmoede. RH: Resultaat bloedonderzoek op resusafweerstoffen. Onderzoeker: Wie heeft het onderzoek uitgevoerd. Revisie in wk: Week van de volgende controle. P / N: Positief / negatief (wel / niet waargenomen). X of RB : Ribbenboog (hoogte van de baarmoeder) x = tiende rib. N: Navelhoogte. S: Schaambeen (symfyse). V: Vingerbreedte. Ball: Kind schommelt heen en weer (ballottement). VT: Inwendig onderzoek (vaginaal toucher). CBBBI: Plaats van het hoofdje (c=caput) van het kind ten opzichte van het bekken: caput beweeglijk boven bekkeningang. CIBI: Hoofd in bekkeningang. CKLS: Hoofd klein stukje ingedaald. CSEGM: Hoofd flink stuk ingedaald. C 1/3 : 1/3 ingedaald. CIF : Hoofd bovenin baarmoeder. |